130 De Hut van Oom Tom
De roman De Hut van Oom Tom van Harriet Beecher Stowe vestigde voor het eerst internationale aandacht van het brede publiek op de realiteit van de slavernij in de Verenigde Staten. Het boek werd in korte tijd massaal gekocht en vertaald voor de verspreiding in andere landen. In de slaven houdende staten in het zuiden van de Verenigde Staten werd het boek daarentegen geboycot en gecensureerd. Als reactie hierop schreef Stowe een tweede boek, The Key to Uncle Tom's Cabin (1853), waarin zij met bewijzen komt om de onmenselijkheid van de slavernij te laten zien. Het boek heeft een rol gespeeld bij het ontstaan van de Amerikaanse burgeroorlog, en bij de afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten.
In de jaren 1960 en 1970 kwam er ook kritiek op De Hut van Oom Tom vanuit de Zwarte beweging. Hoewel het boek opriep tot de afschaffing van de slavernij, zette het Zwarte personages neer in stereotiepe rollen. Het boek zou een stereotiep en racistisch beeld versterken door de Zwarte personages voor te stellen als passieve wezens die moeten worden opgevoed. Oom Tom werd een scheldwoord voor Afro-Amerikanen die zich braaf en gedienstig lieten vernederen in de hoop op lotsverbetering. Het boek wekte destijds verontwaardiging op bij een breed publiek, maar deed dat vanuit een Wit perspectief dat ongelijkheid in stand hield.
Toen in 1852 de Nederlandse vertaling De Hut van Oom Tom (door C.M. Mensing) uitkwam, gaf dat weer een stimulans aan het verzet tegen de slavernij. In 1842 was de Nederlandse Maatschappij ter Bevordering van de Afschaffing van de Slavernij (NMBAS) opgericht. Deze vereniging was alleen toegankelijk voor mannen. Vrouwen, geïnspireerd door de felle toespraken van de Engelse abolitioniste Elisabeth Fry gingen zich ook uitspreken tegen slavernij. In 1842 hadden 129 notabele Rotterdamse vrouwen Koning Willem II opgeroepen de slavernij af te schaffen. De koning en zijn minister van Koloniën gaven in hun reactie aan dat ze vreesden voor onrust in de koloniën en ernstige inkomstenderving voor de overheid. Ze stuurden aan op uitstel, omdat “de Surinaamsche slaven op een lagen trap van beschaving’ stonden” […] “die de vervulling der dierlijke behoeften (niet) te boven gaat”. De NMBAS liet daarna weinig meer van zich horen, tot de uitgave van het boek De Hut van Oom Tom de abolitionistische beweging weer nieuw leven inblies.
Schrijfster Anna Amalia Bergendahl richtte het ‘Dames Comité ter bevordering van de Evangelieverkondiging en de Afschaffing der Slavernij in Suriname’ op. Tussen 1855 en 1862 zamelde het comité geld in om slaafgemaakten in Suriname vrij te kopen. In totaal werden er 79 mensen vrij gekocht. Daarnaast was Bergendahl bevriend met Tweede Kamerlid Guillaume Groen van Prinsteren (1801-1876) en mede onder haar invloed sprak deze politicus zich in de Tweede Kamer uit tegen de slavernij. In 1855 beloofde de Nederlandse regering de slavernij te zullen afschaffen. Dat gebeurde wettelijk op 1 juli 1863.
Bronnen:
Draag zelf een gebeurtenis of persoon aan en help mee dit gedeelde verleden compleet te maken.