85 Ma Pansa (vlucht met rijstkorrels in haar)
Ma Pansa wordt gezien als de oermoeder van de Saamaka Marrons. Haar verhaal, doorgegeven via orale traditie, toont de cruciale rol van vrouwen in het verzet tegen slavernij. Ze werd rond 1700 geboren op plantage Hebron als dochter van een tot slaaf gemaakte Afrikaanse vrouw en een Joods-Portugese plantagehouder.
In 1739 ontsnapte Ma Pansa met haar man Adjako van een plantage. Omdat ze geen draagzak had, vlocht ze rijstkorrels in haar haar. In Suriname leeft het verhaal dat Afrikaanse vrouwen op deze manier rijst introduceerden. Rijst werd tijdens de slavenhandel als voedsel ingekocht aan de Afrikaanse westkust. Vrouwen, die gedwongen werden de rijst te pellen en koken, wisten ongepelde korrels te verzamelen en in hun haar te verstoppen.
Ma Pansa vluchtte naar een zijtak van de Boven-Surinamerivier. Toen de Saamaka haar vroegen wie ze was, antwoordde ze: “Ik ben Mama Pansa. Ik bracht rijst uit Afrika zodat we kunnen overleven.” Ze haalde de pangi van haar hoofd en liet de rijstzaden uit haar haar vallen. Ze plantte de rijst, en zodra de oogst groot genoeg was, vierde de gemeenschap feest. Haar kennis maakte een onafhankelijk bestaan in het binnenland mogelijk, zonder de afhankelijkheid van voedselroof op plantages.
Ma Pansa bleef bij de Saamaka, gaf strategisch advies aan strijders en hielp bij vredesonderhandelingen. Ze werd stammoeder van vele nakomelingen. Tot op de dag van vandaag wordt haar naam gedragen door rijstsoorten en geëerd in ceremoniën onder de Saamaka.
Bronnen:
Draag zelf een gebeurtenis of persoon aan en help mee dit gedeelde verleden compleet te maken.