76 Racistisch spreidingsbeleid voor Surinamers
In de jaren zeventig konden Surinamers in Nederland niet vrij kiezen waar ze wilden woonden. Hoewel Suriname sinds 1954 officieel een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden was, werden Surinamers pas in de jaren zeventig erkend als Nederlandse staatsburgers. De Nederlandse overheid probeerde echter de instroom van Surinaamse migranten te beperken en voerde in 1974 een racistisch ‘spreidingsbeleid’ in. In Amsterdam gold bijvoorbeeld dat per portiek slechts één gezin van een ‘etnische minderheid’ mocht wonen. In sommige wijken werden Surinamers zelfs geweerd.
Dit beleid leidde tot frustratie en verzet. In augustus 1974 organiseerde de Surinaamse gemeenschap een conferentie over de Toescheidingsovereenkomst, die de nationaliteit zou regelen van Surinamers in Nederland en Nederlanders in Suriname na de onafhankelijkheid. De stemming was bezorgd: men voelde zich uitgesloten van inspraak.
In oktober volgde een conferentie tussen minister-president Den Uyl en president Arron, die maatregelen bespraken tegen de migratiestroom. De Surinaamse delegatie was verdeeld over het voorstel voor tijdelijke dubbele nationaliteit.
De Surinaamse gemeenschap in Nederland reageerde tweeslachtig: enerzijds trots op de aanstaande onafhankelijkheid, anderzijds onzeker over hun toekomst. Op 25 november 1975 werd de onafhankelijkheid van Suriname uitgeroepen. De Nederlandse regering hoopte dat dit de migratie zou stoppen, maar het tegenovergestelde gebeurde: bijna de helft van de Surinaamse bevolking verhuisde naar Nederland. Ze kregen verblijfs- en arbeidsvergunningen, maar werden vaak ondergebracht in overvolle pensions. De situatie werd zo schrijnend dat activisten leegstaande flats in de Bijlmer kraakten om woonruimte af te dwingen.
Bronnen:
Draag zelf een gebeurtenis of persoon aan en help mee dit gedeelde verleden compleet te maken.